Bekroond met

Thea Beckmanprijs 2014

Zilveren Griffel 2015

'Als je na het lezen van de laatste bladzijde de wereld niet wil verlaten die de schrijver in zijn boek heeft geschetst, dan weet je dat je iets bijzonders in handen hebt.'


Hanneke van den Berg

De goochelaar, de geit en ik

April 1927. Camiel werkt in de schoenmakerij van zijn opa en droomt ervan om, net als zijn vader, goochelaar te worden. Maar dan wordt zijn vader gearresteerd, verdacht van verduistering. En als opa besluit dat zijn kleinzoon dan maar voor het geld moet zorgen en met school moet stoppen, zet Camiel alles op alles om zijn vader vrij te krijgen en om het geld te verdienen waarmee hij een advocaat kan betalen. Hij wil zijn oude leven terug. Al snel komt hij erachter dat dit niet meevalt voor een jongen van elf. Camiel moet volwassen beslissingen nemen, want: hoever ga je om je vader te redden?

De goochelaar, de geit en ik speelt in de tijd die mijn grootouders als jonge volwassenen meemaakten. Misschien dat je steden en dorpen op ansichtkaarten uit die tijd nog zou herkennen, maar als je erbij stiltstaat wat er intussen veranderd is, is Nederland van toen vreemder dan heel veel verre landen nu.